Nieuws

 

Overheid moet ophouden te morrelen aan betaalbaarheid van opvang, zodat meer vrouwen aan het werk gaan

Wil de Nederlandse overheid eigenlijk wel dat moeders werken? Dat is de vraag die opkomt na de zoveelste ingreep in de kinderopvang. De Wet kinderopvang die in 2005 met veel tromgeroffel tot stand is gekomen, is in zes jaar tijd vakkundig met de bekende kaasschaaf bewerkt. Inmiddels betalen ouders alweer bijna evenveel als voor de introductie van de wet.

Vorige week kondigde VVD-minister Kamp van Sociale Zaken aan het aantal uren kinderopvang te koppelen aan het aantal gewerkte uren. Maandag ging zijn partijgenote Karin Straus een stapje verder met een plan kinderopvang voortaan per uur af te rekenen. Dit voorstel, bedoeld om ouders niet op te zadelen met grotere contracten dan nodig, werd door de branche direct weggehoond als verkapte bezuinigingsmaatregel. De rekening komt immers op het bord van de ouders.

Dat is zonder meer waar. Kinderdagverblijven kunnen geen volwaardige opvang, inclusief vakantieperioden, garanderen op basis van uurcontracten. Verhoging van het uurtarief is dan de enige uitweg. Het ligt voor de hand dat dit de laagstbetaalde moeders ertoe zal brengen om te stoppen met werken.

Toch wordt de relatie tussen betaalbare kinderopvang en arbeidsparticipatie vreemd genoeg al jaren betwist. Terwijl overal in Europa alle vrouwen deelnemen aan het arbeidsproces, blijven Nederlandse vrouwen in deeltijd werken en voor de kinderen zorgen. Aan dit traditionele rolpatroon komt nooit een einde wanneer de overheid blijft morrelen aan de faciliteiten. Betaalbare kinderopvang hoort een vanzelfsprekendheid te zijn. En arbeidsparticipatie van vrouwen een zorg van de overheid.

Bron: Volkskrant

 

« Terug naar nieuws