Kwaliteit kinderopvang voldoende tot goed

26-01-2018 – De kwaliteit van de kinderopvang in Nederland is overwegend voldoende tot goed. Dit blijkt uit de eerste meting van de Landelijke Kwaliteitsmonitor Kinderopvang (LKK), uitgevoerd door een consortium van de Universiteit Utrecht en Sardes. Het is voor het eerst in Nederland dat gelijktijdig in alle kinderopvangtypen de kwaliteit op zo’n grote schaal zal worden gemeten. Bovendien is voor het eerst de kwaliteit gemeten in de gastouderopvang. Dit meldt LKK.

Uit de eerste meting van de LKK (uitgevoerd medio 2017) blijkt dat in alle kinderopvangtypen de emotionele kwaliteit – warme relaties, emotionele veiligheid en bevordering van de autonomie –  gemiddeld voldoende tot goed is. In de gastouderopvang zijn de verschillen in emotionele kwaliteit tussen individuele gastouders groter, met uitschieters naar beneden. De educatieve kwaliteit is in alle kinderopvangtypen gemiddeld matig tot net voldoende, opnieuw met uitschieters naar beneden in de gastouderopvang. De peuteropvang biedt de hoogste educatieve kwaliteit.

Er zijn eerste aanwijzingen dat verticale groepen (0 tot 4 jaar) voor zowel peuters als baby’s minder gunstig zijn dan horizontale groepen (0 tot 2 en 2 tot 4 jaar). In de buitenschoolse opvang is er meer aandacht voor kinderparticipatie dan in de kinderdagopvang, peuteropvang en gastouderopvang. In de gastouderopvang bestaat voor de professionalisering de minste aandacht.

De kwaliteit van de kinderopvang komt in grote lijnen overeen met de kwaliteit van de voorgaande kwaliteitsmetingen en toont een stabiel beeld over de jaren heen. Voor de buitenschoolse opvang laten de huidige resultaten een iets lagere kwaliteit zien in vergelijking met voorgaande metingen in 2012. De kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang steekt overwegend gunstig af bij die in andere landen.

De kinderopvangsector is bezig met een belangrijke transformatie. Van de kinderopvang wordt meer en meer verwacht dat ze als een volwaardige pedagogische en ontwikkelingsgerichte voorziening functioneert. Het consortium LKK hoopt dat de onderzoeksresultaten een positieve bijdrage leveren aan de duurzame kwaliteitsverbetering van de kinderopvangsector. Naar verwachting worden in de komende jaren vanuit de LKK handzame producten en diensten ontwikkeld en beschikbaar gesteld ter bevordering van de kwaliteit van de kinderopvangsector.

Bron: Redactie Nationale Onderwijsgids

Personenregister Kinderopvang: de feiten over structurele aanwezigheid

Zoals u weet, moet iedereen die werkt of woont op een plek waar kinderen worden opgevangen, zich vanaf 1 maart 2018 inschrijven in het Personenregister kinderopvang. Dat geldt voor u als gastouder en uw volwassen huisgenoten, maar ook voor andere personen die structureel aanwezig zijn op uw opvanglocatie. Wat betekent dit in de praktijk? En wat wordt er van u verwacht? Hieronder geven we een antwoord op deze vragen.

Als gastouder wordt u nu al continu gescreend. Dat geldt ook voor uw volwassen huisgenoten. Wat met de komst van het personenregister voor u verandert, is dat u en uw huisgenoten zich moeten inschrijven in het register. U kunt zich inschrijven met uw bestaande Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), als deze is afgegeven na 1 maart 2013. U heeft tot 1 juli de tijd om u in te schrijven en gekoppeld te worden door uw gastouderbureau. Dit is een voorwaarde om te mogen werken in de kinderopvang.

Structurele aanwezigen: inschrijven op 1 maart of direct daarna

Wat nieuw is, is dat andere personen die structureel aanwezig zijn op uw opvanglocatie, ook een VOG nodig hebben en zich moeten inschrijven in het personenregister. Als richtlijn geldt dat iemand structureel aanwezig is, als deze persoon minstens 1 keer in de 3 maanden een halfuur tijdens opvanguren op de opvanglocatie is. Voorbeelden hiervan zijn een schoonmaakster of een buurvrouw die regelmatig tijdens opvanguren op bezoek komt. Meer informatie hierover leest u in de factsheet Personenregister op rijksoverheid.nl. Omdat structurele aanwezigen nog niet continu gescreend worden, moeten zij zich op 1 maart of direct daarna inschrijven. Hun VOG mag op het moment van inschrijven niet ouder zijn dan 2 maanden.

Wat moet u doen?

Zijn er tijdens opvanguren andere personen structureel aanwezig op uw opvanglocatie? Dan moet u hen informeren dat zij zich moeten inschrijven in het personenregister. Ook moet u uw gastouderbureau zo snel mogelijk hiervan op de hoogte stellen. Voor deze personen moet namelijk vóór 1 maart een VOG worden aangevraagd. Na inschrijving moet het gastouderbureau deze personen direct koppelen aan de organisatie.

Meest gestelde vragen over structurele aanwezigheid

  • Wat wordt in de richtlijn bedoeld met ‘minimaal een half uur per 3 maanden’? Gaat het om een totale aanwezigheid van een half uur of een half uur aaneengesloten per 3 maanden?
    De richtlijn geldt voor aaneengesloten aanwezigheid van minimaal een half uur per 3 maanden.
  • Als ouders bij het brengen en halen wat langer blijven, moeten zij zich dan ook inschrijven in het register?
    Ouders die kinderen komen brengen of halen hoeven zich niet in te schrijven in het register. Ook niet wanneer zij wat langer blijven om bijvoorbeeld een kopje koffie te drinken. Dit geldt ook voor personen die kinderen komen brengen en halen in plaats van de ouders. Dat is de verantwoordelijkheid van de ouders/verzorgers.
  • Moeten personen zoals een tuinman, aannemer of klusjesman zich ook inschrijven? 
    Een klusjesman die met regelmaat op de locatie aanwezig is om allerlei werkzaamheden te verrichten, moet zich inschrijven in het register. Uitgangspunt is hierbij de richtlijn: aanwezigheid van minimaal eens per drie maanden een half uur. Komt hij echter voordat de opvang aanvangt of na sluitingstijd, dan is inschrijving niet nodig.
    Ook is er geen inschrijving nodig in het register in geval van een eenmalige kortdurende klus die niet langer duurt dan een aangesloten periode van twee weken, waarbij er geen directe betrokkenheid bij en/of verantwoordelijkheid voor de kinderen is.
  • Wie moet zich inschrijven wanneer de opvang bij de vraagouder thuis plaatsvindt?
    Als de opvang op het adres van de ouders plaatsvindt, dan hoeft alleen de gastouder zich in te schrijven in het personenregister. 
  • De inwonende huisgenoot (18+) van de gastouder, neemt regelmatig een vriend(in) mee naar huis. Moet deze vriend(in) zich ook inschrijven?
    Dat ligt aan de specifieke situatie:  Als tijdens opvanguren structureel dezelfde vriend/vriendin aanwezig is, dan zal deze persoon zich in moeten schrijven in het personenregister. Uitgangspunt voor structurele aanwezigheid is de richtlijn: aanwezigheid van minimaal eens per drie maanden een half uur.
  • Moeten uit huis wonende studerende kinderen zich ook inschrijven als ze tijdens de vakanties thuis zijn?
    Ook hier geldt dat als zij tijdens opvanguren structureel aanwezig zijn, zij zich moeten inschrijven in het personenregister. Uitgangspunt voor structurele aanwezigheid is de richtlijn: aanwezigheid van minimaal eens per drie maanden een half uur.
  • Als familie van een gastouder uit het buitenland voor een aantal weken naar Nederland komt, moeten zij zich dan ook inschrijven? Zo ja, hoe krijgen zij dan een Nederlandse VOG? 
    Een aantal weken aanwezigheid in de woning van een gastouder zou kunnen leiden tot structurele aanwezigheid tijdens opvanguren. De richtlijn hiervoor is: aanwezigheid van minimaal eens per drie maanden een half uur. Als deze personen in het buitenland wonen, maar de Nederlandse nationaliteit hebben, kunnen zij een VOG aanvragen bij Dienst Justis. Met deze VOG kunnen zij zich inschrijven in het register. Als zij geen Nederlandse nationaliteit hebben én hier ook niet wonen en/of werken, dan kunnen zij geen VOG aanvragen in Nederland en zich ook niet inschrijven in het register. Deze situatie vraagt wellicht om maatwerk. U kunt hiervoor het beste contact opnemen met de lokale GGD om deze situatie te bespreken met de toezichthouder. 
  • Moet een achterwacht van een gastouder zich ook inschrijven?
    In de huidige situatie hoeft de achterwacht niet te beschikken over een VOG. Deze situatie blijft met de invoering van het personenregister vooralsnog ongewijzigd.
    Dit betekent dat de achterwacht zich niet in hoeft te schrijven in het register. Dit geldt alleen wanneer de achterwacht incidenteel aanwezig is,  om in te vallen bij een calamiteit. Wanneer de achterwacht minimaal een keer per drie maanden minstens een half uur aanwezig is, is er sprake van structurele aanwezigheid en moet deze persoon zich inschrijven in het register.

Meer informatie

U leest meer informatie over het personenregister op duo.nl/personenregisterkinderopvang.
Wilt u meer weten over structurele aanwezigheid? Bekijk dan de factsheet Personenregister op rijksoverheid.nl.

Heeft u als gastouder of gastouderbureau naar aanleiding van dit artikel of de invoering van het Personenregister vragen?
KNGO verzamelt deze vragen en zal de meest gestelde vragen in een volgende nieuwsbrief behandelen.

 

Bron: KNGO

Veranderingen financiering kinderopvang uitgesteld

De geplande veranderingen bij de financiering van de kinderopvang zijn met zeker een jaar uitgesteld.

Het was eigenlijk de bedoeling dat vanaf 1 januari 2020 de toeslag voor de kinderopvang niet meer naar de ouders zou gaan, maar direct naar de organisaties voor kinderopvang. Dat wordt nu zeker een jaar later.

Om het nieuwe systeem zo zorgvuldig mogelijk in te voeren, heeft verantwoordelijk staatssecretaris Tamara van Ark besloten tot uitstel. Er komt veel bij kijken en de gevolgen van de wijzigingen zijn groot, aldus de bewindsvrouw. De directe financiering in de kinderopvang zou vanaf volgend jaar geleidelijk worden ingevoerd, zodat die in 2020 voor iedereen zou gelden. Door het uitstel begint ook de geleidelijke invoering zeker een jaar later. Na de wijziging betalen ouders alleen nog de eigen bijdrage.

“Meer aandacht nodig voor de motorische ontwikkeling van kinderen”

22-12-2017 – Er moet meer aandacht komen voor de motorische ontwikkeling van kinderen. Bijna een kwart van de Nederlandse kinderen scoort onvoldoende in de bewegingstest. Dat concluderen experts naar aanleiding van de resultaten van een groot onderzoek.

16.000 basisschoolleerlingen tussen de 6 en 11 jaar de MQ-scan (Motorische Quotiënt) deden mee aan het onderzoek naar motorische ontwikkeling. Tijdens een parcours waarbij de kinderen onder andere moeten rennen, springen en gooien, is hun motoriek gemeten. Die blijkt in 23,5 procent van de gevallen onvoldoende te zijn en dat is zorgelijk, stellen de onderzoekers. “Als je iets niet goed kan, dan zul je er uiteindelijk mee stoppen”, zegt onderzoeker en voormalig topsporter Ruben Houkes aan RTL Nieuws.

Goed leren bewegen

De motorische vaardigheid wordt bepaald door een combinatie van factoren. Een kind wordt geboren met een bepaalde genetische aanleg, maar door middel van oefeningen kan de motoriek worden ontwikkeld. “Net zoals je zwemmen en fietsen hebt moeten leren, moet je ook leren bewegen”, zegt Rene Wormhoudt, fysioloog bij de KNVB en grondlegger van de MQ-test. “Het is van essentieel belang dat kinderen goed leren bewegen. Zo zullen ze minder snel geblesseerd raken en hun gezondheid profiteert ervan”, vult Houkes aan. “Als kinderen beter bewegen, doen ze dat ook met meer plezier.”

Urgent probleem

Dat de motorische vaardigheid van kinderen in het algemeen achteruit gaat, is op zich geen nieuws. “We weten in de wetenschap dat de motorische vaardigheid de afgelopen twintig jaar aan het instorten is”, zegt onderzoeker en mede-ontwikkelaar van de MQ-scan Joris Hoeboer. “Kinderen spelen minder buiten, zitten achter een schermpje en bewegen een stuk minder dan vroeger.”

Toch laten deze harde cijfers volgens de onderzoekers voor het eerst zien wat de urgentie van het probleem is. “Wat mij betreft moeten we ons afvragen waarom er niet op elke basisschool een professionele gymleraar staat”, zegt Hoeboer. “Zowel op regionaal als op landelijk niveau moeten we de handschoen oppakken en het sportbeleid opnieuw gaan inrichten”, vindt Houkes. “Sport moet meer gestimuleerd worden en de kwaliteit van het vak gym moet terug.” Daarbij ziet hij het digitale tijdperk waarin de jonge generatie opgroeit ook als een kans. “Er zal een koppeling gemaakt moeten worden met digitaal vermaak waarin jongeren juist worden verleid om te gaan bewegen.”

Bron: rtlnieuws.nl

‘Kies kinderopvang op basis van kwaliteit, niet van welkomstcadeaus’

12-12-2016 –  Ouders moeten zich bij de keuze voor een kinderopvang niet laten verleiden door de welkomstcadeaus die de opvang aanbiedt. Dat zegt Gjalt Jellesma, voorzitter van de Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang en Peuterspeelzalen (BOinK).

Kinderdagverblijven adverteren steeds vaker met geschenken om ouders te lokken. Zo worden er gratis pakken luiers en zelfs lingeriebonnen aangeboden, meldt De Telegraaf.

Markt

Een zorgelijke ontwikkeling, zegt Jellesma in het NOS Radio 1 Journaal. “Een serieuze dienst zoals de kinderopvang moet je kiezen op basis van kwaliteit. Natuurlijk kijk je naar de prijzen, maar we moeten ons niet laten verleiden door cadeaus.” Volgens Jellesma zwichten veel ouders voor de welkomstgeschenken. “Organisaties bieden dit niet aan als ze denken dat het niet werkt.”

Welkomstcadeaus van de kinderopvang zijn iets van de laatste tijd, zegt Jellesma. “De markt trekt aan. Toen bekend werd dat de grote bezuinigingen in de kinderopvang niet doorgingen, kwamen er een paar honderd nieuwe bij. Dat mag, want het is een markt. Het is alleen de vraag of het handig is.”

Vergeleken met het totaalbedrag van de kinderopvang is een lingeriebon verwaarloosbaar.

BOinK-voorzitter Gjalt Jellesma

Jellesma vindt dat de overheid in actie moet komen. “Het moet voor ouders mogelijk worden om, onafhankelijk en op basis van kwaliteit, een keuze te maken voor een kinderopvang. De BOinK heeft al eens geprobeerd om dat inzichtelijk te maken met de kinderopvangkaart, maar die is niet van de grond gekomen.”

Het geld voor de welkomstcadeaus kunnen de opvanglocaties volgens Jellesma beter gebruiken om de kwaliteit van de opvang te verbeteren. “En bovendien is iets als een lingeriebon volstrekt verwaarloosbaar, vergeleken met het bedrag dat ouders in totaal kwijt zijn aan de kinderopvang.”

Bron: NOS

Zorg over toegankelijkheid gastouderopvang

12-12-2016 – VGOB, Brancheorganisatie Kinderopvang en Platform Gastouderopvang maken zich ernstig zorgen over de toegankelijkheid van gastouderopvang, nu minister Asscher voornemens is de gastouderopvang te herijken. Dit laat Sebastiaan Dekkers van Platform Gastouderopvang weten in een gezamenlijk reactie op de aangekondigde plannen.

De drie organisaties zijn juist vóór toegankelijke gastouderopvang van hoge kwaliteit. Om dit te bereiken hebben VGOB en de Brancheorganisatie Kinderopvang afgelopen jaar een Visiedocument Kwaliteit Gastouderopvang opgesteld en het Platform Gastouderopvang een tienpuntenplan. ‘Om definitief richting te bepalen is het van groot belang om te weten waar de sector gastouderopvang op dit moment staat’, meent Dekkers.

Daling aantal gastouders

Volgens hem neemt het aantal gastouders steeds verder af, met name het aantal gastouders die zelf kinderen tussen 0 en 12 jaar heeft. Vraagouders hebben hierdoor steeds minder keus. ‘Als mogelijke oorzaken zien wij de hoge kosten en administratieve lasten die een aspirant-gastouder moet maken’, licht Dekkers toe. ‘Steeds meer gemeenten brengen voor de registratie van een gastouder in het LRKP – soms hoge – leges in rekening. Daarnaast is het voor gastouders onmogelijk om op een betaalbare wijze het vereiste startdiploma Helpende Zorg en Welzijn (HZW) kwalificatie Gastouder te behalen. Er is op dit moment maar één aanbieder en de kosten bedragen bijna 1.000 euro.’

Gastouder-kindratio

Ook het feit dat sinds 2010 gastouders geen kinderopvangtoeslag meer krijgen voor de opvang van hun eigen kind(eren) heeft waarschijnlijk invloed op het dalende aantal gastouders, meent Dekkers. ‘Voor deze gastouders is het lastig om nog voldoende inkomen te realiseren, omdat hun eigen kinderen wel meetellen in de gastouder-kindratio.’

Ontwikkeling sector

‘Voordat we over nieuwe kwaliteitseisen gaan praten en het afschaffen van toeslag voor nog meer ouders en gastouders, is het van belang dat we precies weten hoe de sector zich de laatste jaren heeft ontwikkeld en welke maatregelen genomen moeten worden om de gastouderopvang te laten verworden tot een sector van nog hogere kwaliteit en dito toegankelijkheid’, benadrukt Dekkers.

Kwaliteitsmeting

Daarom hebben de drie gezamenlijke partijen gepleit voor een grootschalig solide kwaliteitsmeting onder ouders wordt gehouden over hun overwegingen voor gastouderopvang te kiezen en hun wensen voor de toekomst ten aanzien van gastouders en de rol van gastouderbureaus. Ook wensten zij een grootschalig onderzoek onder gastouders en oud-gastouders om te achterhalen waarom zij voor het beroep kozen, wat hun aanbevelingen zijn en waarom zij mogelijk weer zijn gestopt.

‘Van het ministerie hebben wij inmiddels de bevestiging gekregen dat de NCKO-meting in 2017 gaat plaatsvinden’, bevestigt Dekkers.

Bron: Kinderopvangtotaal

Kwaliteitseisen gastouders moeten gelijk zijn aan kinderdagverblijf

12-12-2016 – Naar aanleiding van de zedenzaak met Robert M. die vijf jaar geleden diende in de Kinderopvang heeft de commissie Gunning in opdracht van de kamer onderzoek gedaan op het gebied van de invoering van het personenregister in de kinderopvang en peuterspeelzaalwerk. Uit dit onderzoek kwamen diverse aanbevelingen naar voren. De gastouderopvang werd destijds in het onderzoek van de commissie Gunning niet meegenomen. In april van dit jaar heeft minister Asscher Pricewaterhouse Coopers (PwC) opdracht gegeven te onderzoeken welke aanbevelingen van de commissie zijn opgevolgd en welke effecten deze hebben gehad. In haar evaluatieopdracht heeft PwC de gastouderopvang wél meegenomen. Hieruit komen verschillende aanbevelingen naar voren.

PricewaterhouseCoopers heeft in haar onderzoek het advies aan minister Asscher gedaan om het beleid ten aanzien van de gastouderopvang te herijken. Herijken is het opnieuw beoordelen ofwel opnieuw bekijken. Minister Asscher heeft aangegeven deze aanbeveling van het adviesbureau ‘van harte’ over te nemen wanneer het gaan om kwaliteit, en veiligheid in de gastouderopvang. Over deze evaluatie schreef Asscher een brief naar de kamer waarin hij zijn aanbevelingen en lopende en nieuwe plannen toelicht. Onderstaand is een samenvatting van de brief aan de kamer:

In december 2015 heeft minister Asscher in een reactie op het rapport Beleidsdoorlichting kinderopvang 2015 aangekondigd voor de gastouderopvang een plan van aanpak te presenteren
waarmee wordt ingezet op:

  • het behoud van de positieve aspecten van gastouderopvang
  • het verhogen van de kwaliteit
  • het beperken van de fraudegevoeligheid
  • effectieve en efficiënte inzet van publieke middelen

De afgelopen periode heeft de minister gesproken over de gastouderopvang met verschillende sectorpartijen als werkgevers, toezichtpartijen en oudervertegenwoordigers. Doel van de gesprekken was om een beter beeld te krijgen van de onderwerpen die aangescherpt moeten worden.

Gastouderopvang is niet minder kwalitatief als kinderdagverblijf
Uit deze gesprekken concludeert de minister dat de kwaliteitseisen voor reguliere kinderdagopvang en gastouderopvang, daar waar mogelijk, gelijk getrokken moeten worden. Bovendien moet gastouderopvang niet (meer) als een kwalitatief mindere vorm van opvang naast de kinderdagverblijven worden behandeld.

Meer toezicht op de rol van het gastouderbureau
De verschillen tussen gastouderbureaus zijn groot. Asscher: ‘Er zijn nog teveel gastouderbureaus die enkel de kassiersfunctie vervullen en niets doen aan begeleiding van gastouders.’

Inzetten op kwaliteit
Minister Asscher wil daarom inzetten op de bevordering van de kwaliteit van de gastouderopvang. Hiervoor noemt hij de volgende punten:

  • zoveel mogelijk wegnemen van kwaliteitsverschillen tussen reguliere kinderopvang en gastouderopvang;
  • verkennen of systeem van permanente educatie ook voor gastouders kan worden ingevoerd;
  • het gastouderbureau een grotere rol geven bij kwaliteit;
  • effectiever en efficiënter toezicht;
  • verkennen of een specifiek voor gastouders veiligheids- en gezondheidsbeleid conform het akkoord innovatie en kwaliteit kinderopvang kan worden vormgegeven;
  • verkennen of familiaire betrekkingen in de gastouderopvang ingeperkt moeten worden.

Begin 2017 zal de minister opnieuw om de tafel gaan met de verschillende partijen. De punten zoals hierboven beschreven zullen dan besproken worden en er zal worden bezien hoe er invulling kan worden gegeven aan de kwaliteitsbevordering binnen de financiële kaders. Rond de zomerperiode informeert minister Asscher de Kamer over de wijze waarop de kwaliteitsbevordering wordt vormgegeven.

KNGO zal waar mogelijk updates geven over de plannen van de minister. Kijk daarvoor regelmatig op onze website of volg ons op Facebook.

De hele brief is hier te lezen.

Bron: KNGO

Gastouder Bianca schrijft;

Mijn samenwerking als gastouder met Kiddie Care vind ik heel erg prettig. Het contact is super goed en door de kleinschaligheid zijn de lijntjes lekker kort. Op elke mail krijg ik op kort termijn antwoord en dat waardeer ik zeker. Ik adviseer zeker Kiddiecare voor mijn vraagouders! Bianca (gastouder Kroon), gastouder sinds 2015

Vraagouder Mariëlle schrijft;

In verband met het starten van een nieuwe baan op korte termijn was ik haastig op zoek naar opvang. Niemand kon mij helpen, en het bureau wat ik benaderd had liet maar niets van zich horen dus moest ik op zoek naar iets anders.
Toen de stoute schoenen aangetrokken en Kiddie Care benaderd op deze hele korte termijn ( 4 dagen voor aanvang).
Gelukkig konden zij mij helpen en hadden we direct een leuke gastouder gevonden voor de opvang van mijn 2 kindjes, die trouwens helemaal blij zijn met de gastouder die ze getroffen hebben. Wat een goede en snelle service. Echt een aanrader voor iedereen. Toppers zijn jullie. Dank jullie wel. Mariëlle, vraagouder sinds 2016

Vraagouders Bas en Marina schrijven;

Wij zijn ontzettend blij met onze gastouder, die we via Kiddie Care hebben gevonden. Wij vinden het heel fijn dat het een kleine organisatie is, waarbij je direct en snel contact met elkaar kan hebben, mocht dat nodig zijn! Ook is de opvang kleinschalig en in een huiselijke gezellige sfeer. Al met al gaan wij met een fijn gevoel naar ons werk, omdat we weten dat onze zoon daar op zijn plek is! Bas & Marina, vraagouders sinds 2015